U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Onze Vader


Weet je dat Franciscus van Assisi  het Onze Vader in een ruimere versie bad dan die wij kennen? Elk vers verdiept hij inhoudelijk als een meditatie van het gebed dat Jezus zelf aan zijn leerlingen geleerd heeft. Hij benadrukt daarin sterk het gebod van Jezus: Heb elkander lief! Hier kan je dit Onze Vader bidden als je wil en lees je ook een overweging.

Deze nieuwe Nederlandse vertaling van het Onze Vader is nu in Nederland en Vlaanderen het officiële Onze Vader voor alle gelovigen.

 

Onze Vader,
die in de hemel zijt,
uw naam worde geheiligd,
uw rijk kome, uw wil geschiede,
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven
aan onze schuldenaren
en breng ons niet in beproeving,
maar verlos ons van het kwade.

Amen.

 

Francesco / © Piero CasentiniFrancesco / © Piero Casentini

 

 Onze Vader zoals Franciscus van Assisi het bad:

 

1. O, onze allerheiligste Vader,

onze schepper, verlosser, trooster en redder.

 

2. Die in de hemel zijt,

in de engelen en heiligen.

Gij verlicht hen tot kennis, omdat Gij, Heer, licht zijt;

Gij ontvlamt tot liefde, omdat Gij, Heer, liefde zijt;

Gij woont in hen en vervult hen tot gelukzaligheid,

omdat Gij, Heer, het hoogste goed zijt,

het eeuwige goed van wie al het goede voortkomt

en zonder wie er geen goed bestaat.

 

3. Uw naam worde geheiligd.

Moge de kennis van U in ons

zo helder worden dat wij inzien

wat de breedte is van uw weldaden,

de lengte van uw beloften,

de hoogte van uw majesteit

en de diepte van uw oordelen. (vgl. Ef 3,18)

 

4. Uw koninkrijk kome,

opdat Gij in ons regeert door uw genade

en ons doet komen in uw koninkrijk,

waar het aanschouwen van U onverhuld is,

het beminnen van U onverdeeld,

het samenzijn met U gelukkig

en het genieten van U blijvend.

 

5. Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel,

zodat wij U beminnen:

met heel ons hart door steeds aan U te denken;

met heel onze ziel door steeds naar U te verlangen;

met heel ons verstand door al onze inspanningen

op U te richten

en uw eer in alles te zoeken;

met al onze krachten

door al onze krachten en vermogens van ziel en lichaam

in te zetten ten dienste van de liefde tot U

en van niets anders;

en zodat wij onze naasten beminnen als onszelf

door allen, zoveel wij maar kunnen,

tot uw liefde te trekken:

door ons te verheugen over het goede van anderen

zoals over dat van onszelf,

door mee te lijden aan het kwaad

en door niemand enige aanstoot te geven. (vgl. 2 Kor 6,3)

 

6. Geef ons heden ons dagelijks brood,

uw geliefde Zoon, onze Heer Jezus Christus,

om te gedenken, te beseffen en te eerbiedigen

de liefde die Hij voor ons heeft gehad

en alles wat Hij voor ons

heeft gezegd, gedaan en gedragen.

 

7. En vergeef ons onze schulden

door uw onuitsprekelijke barmhartigheid,

door de kracht van het lijden van uw geliefde Zoon

en door de verdiensten en voorspraak

van de allerzaligste maagd en van al uw uitverkorenen.

 

8. zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren

en wat wij niet ten volle vergeven,

geef, Heer, dat wij het toch ten volle vergeven,

zodat wij omwille van U

de vijanden waarachtig liefhebben,

voor hen toegewijd bij U ten beste spreken,

niemand kwaad met kwaad vergelden (vgl. 1 Tes 5,15)

en ernaar streven

hun omwille van U in alles van nut te zijn.

 

9. En breng ons niet in beproeving,

niet in een onduidelijke of herkenbare,

plotselinge of onophoudelijke.

 

10. Maar verlos ons van het kwade,

van het voorbije, het tegenwoordige en het toekomstige.

Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest,

zoals het was in het begin en nu en altijd

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

 

 

Overweging bij dit Onze Vader van Franciscus

Franciscus bad dit Onze Vader een paar keer per dag. Het is een gebed waarin hij zijn eigen accenten legt. Bij sommige beden voegt hij veel toe, bij andere weinig. Dit was in Franciscus tijd een vaak gebruikt procedé, ook bij de kerkvaders. Het Onze Vader blijft een kerntekst van het geloof. Wanneer je mensen wil inwijden in het katholiek geloof, dan leer je ze eerst het Onze Vader bidden. Dit Onze Vader is eigenlijk een cursus over het gebed. De tijd van Franciscus was een tijd van nieuwe evangelisatie. Maar ook ketterse bewegingen verspreiden een bepaalde uitleg van het Onze Vader. Franciscus past zich aan het Vierde Lateraans concilie. Hij veroordeelt de andere bewegingen niet want dat is zijn grondhouding: als je al iets wil zeggen over een ander, zeg dan iets goeds, ook wanneer je iets negatiefs hoort zeggen over anderen, zeg dan iets positiefs over hen of zwijg. Hij gaat niet in discussie maar geeft enkel zijn eigen interpretatie van het Onze Vader. Hij bidt en hopt al biddend het onderscheid duidelijk te maken. Misschien is het goed om net zoals Franciscus deed eens je eigen interpretatie van het Onze Vader op te schrijven.

 

Vers 1: O, onze allerheiligste Vader

O! Deze uitroep van Franciscus verraadt dat hij zich heel sterk emotioneel betrokken weet bij Jezus die dit Onze Vader bad en leerde aan zijn leerlingen. Misschien mogen we dit ook verstaan vanuit Franciscus’ conflict met zijn eigen vader, dat tevens het begin vormde van zijn bekering tot een heel andere levenswijze. Hij zegt daar letterlijk: ‘Ik heb nu maar één Vader meer: de hemelse!’. De ‘O’ waarmee Franciscus begint roept verwondering, vreugde, schoonheid en ontvankelijkheid op. Wanneer je voor het kernpunt van je leven en roeping staat, roep je alleen maar ‘O!’ uit. Het betekent zoveel als: dit was nooit door mensen te bedenken geweest. In zijn geschriften zegt Franciscus herhaaldelijk dat O uit, bv. wanneer hij zegt dat wij bruiden, moeders en broeders van de Heer zijn.


De vier titels die Franciscus hier gebruikt: Allerheiligste Vader onze Schepper, Verlosser, Trooster en Redder, zijn een samenvatting van heel de heilsgeschiedenis. De schepping, de verlossing door Jezus Christus, de vertroosting door de H. Geest en onze redding op het einde der tijden. Franciscus bidt hier trinitair: Vader, Zoon en Geest komen aan bod: de Vader is de Schepper, de Zoon is de Verlosser, de H. Geest is de Trooster. Zo wordt God ons geopenbaard als een mysterie van onderlinge liefde en gemeenschap, liefde die het leven schenkt, het in stand houdt, bemoedigt en troost, herstelt en behoedt.

 


Vers 2: Die in de hemel zijt

'Die in de hemel zijt’. In Franciscus’ ogen is de hemel niet een bepaalde plaats, maar de relatie van God met de mensen, met de engelen en heiligen. De heiligen zijn alle mensen in wie Gods Geest woont, want het hart van de mensen is de tempel van de H. Geest. Dat God in iedere mens woont, dat is de hemel volgens Franciscus. Hij is in ons aanwezig als licht, als liefde en als goedheid. Franciscus bidt dat Gods aanwezigheid in iedere mens mag oplichten. Dat wil zeggen: dat wij zo zouden leven dat anderen in ons de aanwezigheid van God kunnen aanvoelen en zien. “U verlicht hen tot kennis, omdat Gij, Heer, licht zijt; Gij ontvlamt tot liefde, omdat Gij, Heer, liefde zijt; Gij woont in hen en vervult hen tot gelukzaligheid, omdat Gij, Heer, het hoogste goed zijt.” Al het goede in ons komt van God zegt Franciscus, daarom mogen wij niet jaloers zijn op het goede dat God in andere mensen bewerkt, en ook niet groot gaan op het goede dat Hij in ons hart bewerkt. Want al dat goede komt van de Heer en wij mogen het ons niet toe-eigenen maar moeten het Hem terug geven door goed te doen aan anderen, door onze talenten ten goede te laten komen aan anderen. Ook hier weer herken je de drie Goddelijke personen. De hemel is dat God in ons woont door zijn licht: de Zoon; door zijn liefde: de Geest; door zijn goedheid: de Vader. Zo is God in ons aanwezig door heel de volheid van zijn wezen.

 


Vers 3: Uw naam worde geheiligd

'Gods Naam is heilig maar moet ook als heilig beschouwd worden’ zegt de H. Augustinus. De grootheid en goedheid en onmetelijkheid van God moeten erkend worden. Gods naam heiligen betekent: Hem erkennen in zijn goedheid, zijn grootheid, zijn heilswil, zijn droom over je persoonlijk leven. . Het is God erkennen zoals Hij is en in wie Hij is. Wij worden zoals Jezus in de wereld gezonden om Gods goedheid te openbaren door onze manier van leven. En ook hier weer de Drie goddelijke personen: wat de breedte is van uw weldaden: de Zoon die weldoende rondging; de lengte van uw beloften: de belofte is de H. Geest; de hoogte van uw majesteit en de diepte van uw oordelen: de Vader. Wij leren God kennen door de weldaden van de Zoon, die bij zijn dood de Geest heeft geschonken om ons nog meer de Majesteit van de Vader te doen kennen, dat is zijn liefde. Gods wezen is dus één en al gericht op de relatie met de mens.

 

Vers 4: Uw koninkrijk kome

Uw rijk kome: deze bede van Franciscus is heel sterk gericht op de eindtijd. God is alles in allen geworden. Wij verstaan de komst van het rijk Gods ook hier en nu, maar volgens Franciscus komt dit pas als alle mensen opgaan in God: waar het zien van U onverhuld is. Maar ook hier weer is het Rijk Gods de definitieve ontmoeting met Hem, en Franciscus weet ook wel dat die hier en nu begint. In zijn brief aan alle gelovigen – verbindt hij de komst van het Rijk Gods met de inwoning van God in ons hart en een leven in boetvaardigheid en het doen van goede werken. Maar wanneer je verlangen niet gericht is op de Heer en je Hem niet beschouwt als de Bron van je bestaan, dan kom je er ook niet toe zijn wil over je leven te doen.

 


Vers 5: Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel

Hier wordt Franciscus heel concreet. Wat is dat: Gods wil doen? Dat is vooreerst het eerste en tweede gebod: bemin God en bemin de naaste als jezelf. Volgens de Bijbel zit je wil niet in je verstand, want het hart is de zetel van ons denken en handelen. ‘De Heer heeft je een hart gegeven om te denken’ zegt Jezus Sirach. Dus niet zozeer het vermogen om te voelen maar wel om te (over-)denken. De ziel is volgens de Bijbel het strevend vermogen: de bron van je verlangens. Heel ons verlangen moet volgens Franciscus op de Heer gericht zijn. Bij al je doen en laten moet je Hem goed voor ogen houden. Want wat een mens kan verlangen is oneindig, maar wij moeten leren onze verlangens te ordenen en te richten en uit te zuiveren en de Geest zal ons helpen (Hij wordt ook de Helper genoemd) om onze echte verlangens op de Heer te richten.

In zijn eerste regelredactie spreekt Franciscus over verlangens en begeerten las negatieve krachten: koppigheid, gierigheid. Hij zegt dat je ook deze op God kan richten zodat Hij ze met zijn liefde kan vervullen. ‘Dat wij alles moeten inzetten in dienst van Gods liefde en niet voor iets anders’. De naaste beminnen als zichzelf is zo omgaan met de anderen dat hen verlokt zich ook helemaal door de Heer te laten beminnen. Hoe je dit moet doen, daarvoor geeft Franciscus drie wegen:

 -      je verheugen over het goede van de ander: dit bewerkt eensgezindheid en vrede tussen mensen. Mensen die wij ‘psychisch zieken’ noemen kunnen dat vaak heel goed, op dat gebied zijn ze ‘normaler’ dan de meeste anderen.

 -      met de ander medelijden om hun kwaad: er staat niet dat je moet lijden om het kwade dat de ander overkomt, maar om het kwaad dat de ander doet. Je leren invoelen hoe de ander zich voelt nadat hij of zij kwaad heeft gedaan, en je in hem verplaatsen, leren aanvoelen hoe de ander zich dan voelt. Dan kom je in een heel andere verhouding te staan dan wanneer je je ergert aan wat de ander doet. Zich ergeren gaat om je eigen beleving. Barmhartig-zijn, daarin staat de beleving van de ander centraal. Dan zie je de ander vanuit Gods barmhartigheid en kan je meelijden om zijn onmacht.

 -      niemand enige aanstoot geven: dit lijkt wel onmogelijk en toch noemt Franciscus het hier als een mogelijke weg. In de wijsheidsspreuken van Franciscus komt dat duidelijk tot uitdrukking: als je met je mond vrede verkondigt, bewaar ze dan ook in je hart, wind je niet op over de ander, ook niet als ze je leed aandoen, zoveel geduld als je dan hebt, zoveel heb je en meer niet.

Deze drie wegen verplichten je telkens opnieuw je schoenen uit te doen en in die van de ander te gaan staan. En te je te leren indenken en invoelen in de ander. Het zijn drie eenvoudige en concrete wegen waarlangs je zelf de wil van God leert doen en de ander kan verlokken zich ook door Hem te laten beminnen. Het blijft een worsteling, heel ons leven lang, maar echt geloven in de Heer, daarvoor zet je jezelf op het spel. De ervaring van kleine momenten waarin het je lukt zo met anderen om te gaan, geven je diepe innerlijke vrede en vreugde. Vanuit die vrede en vreugde kan je naar de ander gaan en laten voelen: ook jij bent door Hem bemind zoals je bent.

 


Vers 6: Geef ons heden ons dagelijks brood

Geef ons heden ons dagelijks brood: uw geliefde Zoon, onze Heer Jezus Christus, om te gedenken, te beseffen en te eerbiedigen de liefde die Hij voor ons heeft gehad en alles wat Hij voor ons heeft gezegd, gedaan en gedragen. Deze woorden herinneren ons heel sterk aan de instellingswoorden van de H. Eucharistie: ‘blijf dit doen om Mij te gedenken’! En aan de voetwassing: Ik heb U een voorbeeld gegeven opdat jij evenzo zou doen. De innige liefde van God voor ons is ten volle zichtbaar geworden op het kruis. Voor Franciscus en Clara van Assisi zijn de menswording en kruisdood van Christus ten diepste et elkaar verbonden. Clara zegt ook: Kijk naar Hem, hoe Hij in armoede geboren is en in een doeken werd gewikkeld, hoe Hij arm in deze wereld heeft geleefd en naakt op het kruis is achtergelaten. In één zin noemt Clara heel het leven van Jezus, en spoort haar zusters aan dit mysterie iedere dag te overwegen, iedere dag in deze spiegel te kijken die Christus is. Overweeg iedere dag, zegt ze, wat Hij voor ons gezegd, gedaan en gedragen heeft.

 

Vers 7: En vergeef ons onze schulden

door uw onuitsprekelijke barmhartigheid, daarop legt Franciscus heel sterk de nadruk. De barmhartigheid van de Heer trekt ons als het ware naar Hem toe. Franciscus neemt hier de formule van het biechtsacrament over maar met de sterke beklemtoning dat alle genade te danken is aan Gods barmhartigheid, ook al het goede in het hart van de mens, en aan de verdienste van de H. Maagd en alle heiligen.

 

Vers 8: zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren

Franciscus gaat niet dieper in op het sacrament van verzoening, hij legt een andere accenten:

- dat het moeilijk is voor ons mensen om anderen te vergeven

- dat er een band is tussen de vergiffenis die wij van God ontvangen en de zending onze vijanden lief te leren hebben. In vrede leven en vergiffenis schenken horen wezenlijk bij elkaar. Het een kan niet zonder het ander. Vergiffenis is een wezenlijke voorwaarde om in vrede met elkaar te kunnen leven.

Ook hierin weer vier elementen die ons kunnen helpen concreet met de ander in vrede te leven:

-  goed doen aan de ander, dat is waarachtig liefhebben

-  Voor de ander bidden met toewijding

-  Niemand kwaad met kwaad vergelden, dat wil zeggen, als de ander je slaat, keer hem dan niet je rug maar je andere wang toe.

-  Allen van nut zijn in radicale dienstbaarheid aan je medemens.

Wanneer we ons ergeren aan het kwaad van de ander en het voortdurend blijven herkauwen, dan spuwen we het uit wanneer het ons te bitter wordt. Een gemeenschap wordt altijd gevormd door zowel heiligen als deugnieten, daar kom je niet buiten. Je komt maar tot echte barmhartigheid voor elkaar als je leeft vanuit de verbondenheid met God. Of je deze houding die Franciscus hier presenteert al dan niet wil aannemen, toont of God er in je leven al dan niet mag zijn. Daarin komt het erop aan, wordt je getoetst, de toetssteen is de liefde, ook voor je vijanden. Als je je vijanden leert liefhebben kan God ook volop je Vader zijn, en jij zijn kind.

Barmhartigheid kan je leren door te luisteren, je niet te beroepen op allerlei privileges, maar luisteren en daarnaar handelen, zoals Jezus heeft gedaan. Franciscus wilde daarom dat zijn broeders dit Onze Vader baden met hun ogen gericht op de lijdende Christus en nog voor ze het getijdengebed inzetten om hun hart in de juiste gezindheid te brengen.

Goed zijn en goed doen aan je vijanden is de enige echte therapie die je helpt van haat en verbittering te genezen. Zorg dat de vrede in hoge mate leeft en blijft leven en voeding krijgt in je eigen hart. Laat je vredige gezindheid voor allen een uitdaging zijn, dan stel je je kwetsbaar en tegelijk ontwapenend op maar je bent tegelijk sterker dan wie met wapens van haat en vergelding strijdt. De vrede die wij door onze levenswijze uitstralen moet zo doorslaggevend zijn, dat naderen ze zien en gaan geloven. En dan nog niet omwille van jezelf maar omwille van Hem ‘om U’ bidt Franciscus.

 

Vers 9: En breng ons niet in beproeving

In dit vers blijft Franciscus zeer algemeen en tegelijk heel universeel: elke bekoring zit erin aanwezig.

 

Vers 10: Maar verlos ons van het kwade

Ook hier is Franciscus nog niet zo concreet en toch universeel, hij bedoelt echt al het kwaad dat mensen kunnen doen, dat is typisch voor Franciscus. Een beetje vreemd is wel de doxologie op het einde van deze bede. Eerst bidt hij tot de Vader en zegt dan nog een keer ‘Eer aan de Vader’. Hiermee plaatst hij zijn gebed wel in de heilswerkelijkheid en in de Drie-ene God, zo begon hij het ook. De cirkel van zijn gebed is rond.

 

Om te eindigen nog een laatste opmerking. Door dit Onze Vader zoals Franciscus een paar keer per dag te bidden kan je leren je vijanden lief te hebben, en die moet je niet te ver gaan zoeken. 

 

P. Pol Swinnen ofm +