U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Kerstoratorium van J.S. Bach


 Het Weihnachtsoratorium van Bach is een bezinning op de menswording van God midden onze wereld en in ons hart: muziek om van te genieten deze dagen! Hier kan je het hele Kerstoratorium beluisteren met de tekst erbij en de Nederlandse vertaling, ter overweging van de Menswording van de Heer. Onderaan vind je ook nog een woordje toelichting over het ontstaan en de opbouw van dit Weihnachtsoratorium.

De Nederlandse vertaling is van © Willem Plug en vind je op deze website in een te downloaden Word-document.

 

 

ERSTER TEIL

Am ersten Weihnachtsfeiertage (Lukas 1, 3-7)

EERSTE DEEL

Voor de eerste Kerstdag

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.

 


1. Chor


Koor

Jauchzet, frohlocket, auf, preiset die Tage,
Rühmet, was heute der Höchste getan!
Lasset das Zagen, verbannet die Klage,
stimmet voll Jauchzen und Fröhlichkeit an!
Dienet dem Höchsten mit herrlichen Chören,
laßt uns den Namen des Herrschers verehren!

Juicht nu en jubelt! Sta op, prijst deze dagen.
Roemt wat d'Allerhoogste voor ons heeft gedaan!
Weest niet bevreesd en verdrijft thans het klagen.
heft nu uw lofzang vol vrolijkheid aan!
Zingt met de koren de Heer aller Heren.
Laat ons de naam van de Koning vereren.


2. Rezitativ(Evangelist, Tenor)


Recitatief (evangelist, tenor)

Es begab sich aber zu der Zeit, daß ein Gebot von dem Kaiser Augusto ausging, daß alle Welt geschätzet würde. Und jedermann ging, daß er sich schätzen ließe, ein jeglicher in seine Stadt. Da machte sich auch auf Joseph aus Galiliäa, aus der Stadt Nazareth, in das jüdische Land zur Stadt Davids, die da heißet Bethlehem; darum, daß er von dem Hause und Geschlechte Davids war, auf dass er sich schätzen ließe mit Maria, seinem vertrauten Weibe, die war schwanger. Und als sie daselbst waren, kam die Zeit, dass sie gebären sollte.

En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat in het gehele rijk een volkstelling moest worden gehouden. En zij gingen allen op reis om zich in te laten schrijven, ieder naar zijn eigen stad. Ook Jozef vertrok van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om zich te laten inschrijven met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was. En toen zij daar waren, kwam de tijd dat zij baren zou.


3. Rezitativ (Alt)


Recitatief (alt)

Nun wird mein liebster Bräutigam,
nun wird der Held aus Davids Stamm
zum Trost, zum Heil der Erden
einmal geboren werden.
Nun wird der Stern aus Jakob scheinen,
sein Strahl bricht schon hervor.
Auf, Zion, und verlasse nun das Weinen,
dein Wohl steigt hoch empor!

Nu zal mijn liefste bruidegom,
nu zal de held uit Davids stam
tot troost, tot heil der mensen
weldra geboren worden.
Nu zal de ster uit Jakob stralen,
zijn straal breekt nu reeds door.
Welaan nu, Sion! Staakt nu het wenen,
want uw heil is thans verzekerd!


4. Arie (Alt)


Aria (alt)

Bereite dich, Zion, mit zärtlichen Trieben,
den Schönsten, den Liebsten bald bei dir zu sehn!
Deine Wangen müssen heut viel schöner prangen,eile, den Bräutigam sehnlichst zu lieben!

Sion, houdt u bereid met teder verlangen,
de schoonste, de liefste snel bij u te zien.
Uw aangezicht
moet heden veel blijer stralen,
beijver u de bruidegom vol verlangen lief te hebben.


5. Choral


Koraal

Wie soll ich dich empfangen,
und wie begegn' ich dir?
O aller Welt Verlangen,
o meiner Seele Zier!
O Jesu, Jesu, setze
mir selbst die Fackel bei,
damit, was dich ergötze,
mir kund und wissend sei.

Hoe zal ik U ontvangen,
hoe kom ik U tegemoet?
O, ‘werelds hoogst verlangen,
des harten heiligst goed!
Wil zelf uw fakkel dragen
in onze duisternis,
opdat wat U behage,
duidelijk is voor mij.


6. Rezitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Und sie gebar ihren ersten Sohn, und wickelte ihn in Windeln und legte ihn in eine Krippen, denn sie hatten sonst keinen Raum in der Herberge.

En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.

 

7. Choral (Sopran) und Rezitativ (Baß)


Koraal (sopraan) en recitatief (bas)


Er ist auf Erden kommen arm,
Wer will die Liebe recht erhöhn,
die unser Heiland vor uns hegt?
dass er unser sich erbarm',
Ja, wer vermag es einzusehen,
wie ihn der Menschen Leid bewegt?
und in dem Himmel mache reich
Des Höchsten Sohn kömmt in die Welt;
weil ihm ihr Heil so wohl gefällt,
und seinen lieben Engeln gleich.
so will er selbst als Mensch geboren werden.
Kyrieleis!


Op aard' gekomen was Hij arm,
Wie kan de liefde op waarde schatten,
die onze Heiland voor ons voelt?
opdat Hij zich over ons erbarme,
Ja, wie vermag het te doorgronden,
hoe Hem het leed van mensen treft?
ons in de hemel make rijk,
Des Hoogsten Zoon komt op aarde,
daar Hem haar heil zozeer ter harte gaat;
en aan zijn engelen gelijk.
daarom wil Hij zelfs als mens geboren worden.
Kyrieleis!


8. Arie (Baß)


Aria (bas)

Großer Herr, und starker König,
liebster Heiland, o wie wenig
achtest du der Erden Pracht!
Der die ganze Welt erhält,
ihre Pracht und Zier erschaffen,
muß in harten Krippen schlafen.

Grote Heer en sterke Koning,
lieve Heiland, o hoe gering
schat Gij de aardse pracht!
Hij, die de gehele wereld onderhoudt,
haar pracht en rijkdom heeft geschapen,
moet in een harde kribbe slapen.


9. Choral


Koraal

Ach mein herzliebes Jesulein,
mach' dir ein rein sanft Bettelein,
zu ruhn in meines Herzens Schrein,
dass ich nimmer vergesse dein!

Ach, Jezuskind, zo teer bemind,
maak dat G' in mij een rustplaats vindt;
Maak in mijn hart een plaats gereed,
opdat ik nimmer U vergeet!

 

ZWEITER TEIL

Am zweiten Weihnachtsfeiertage (Lukas 2: 8-14)

TWEEDE DEEL

Voor de tweede Kerstdag

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:  ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’

 

De muziek in het volgende nummer is in 12/8 maat. Als Bach deze maatsoort gebruikt dan is het altijd een bijzondere compositie. De typische herdersmuziek met (dwars)fluiten en hobo's komt terug in koraal 23.


10. Sinfonia (Orchester)


Symfonie (orkest)

 

 


11. Rezitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Und es waren Hirten in derselben Gegend auf dem Felde bei den Hürden, die hüteten des Nachts ihre Herde. Und siehe, des Herren Engel trat zu ihnen, und die Klarheit des Herren leuchtete um sie, und sie fürchteten sich sehr.

En er waren herders in diezelfde landstreek, die zich ophielden in het veld, en ’s nachts de wacht hielden over hun kudde. Opeens stond een engel des Heren bij hen en de heerlijkheid des Heren omstraalde hen, en zij vreesden met grote vreze.

 

12. Choral


Koraal

Brich an, o schönes Morgenlicht,
und lass den Himmel tagen!
Du Hirtenvolk, erschrecke nicht,
weil dir die Engel sagen,
dass dieses schwache Knäbelein
soll unser Trost und Freude sein,
dazu den Satan zwingen
und letzlich Friede bringen.

Breek aan, o heerlijk morgenlicht
en laat de hemel dagen!
Gij, herdersvolk, wees niet verschrikt,
daar de engelen u gezegd hebben,
dat dit lief mensenkind
ons tot troost en vreugde zal zijn,
dat het de Satan zal bedwingen
en ten slotte vrede zal brengen.


13. Rezitativ (Evangelist und Engel, Sopran)


Recitatief (evangelist, engel)

Und der Engel sprach zu ihnen:
Fürchtet euch nicht, siehe, ich verkündige euch große Freude, die allem Volke widerfahren wird. Denn euch ist heute der Heiland geboren, welcher ist Christus, der Herr, in der Stadt Davids.

En de engel zeide tot hen:
Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk ten deel zal vallen: Heden is de Heiland geboren, namelijk Christus, de Heer, in de stad van David.


14. Rezitativ (Baß)


Recitatief (bas)

Was Gott dem Abraham verheißen,
das lässt er nun dem Hirten-Chor
erfüllt erweisen. Ein Hirt hat alles das zuvor
von Gott erfahren müssen.
Und nun muß auch ein Hirt die Tat,
was er damals versprochen hat,
zuerst erfüllet wissen.

Wat God aan Abraham plechtig beloofde,
valt nu ten deel aan het koor van herders.
Een herder heeft voorheen dit alles van God vernomen.
En nu mag ook een herder als allerlaatste weten,
dat de belofte van eertijds nu in vervulling is gegaan.


15. Arie (Tenor)


Aria (tenor)

Frohe Hirten, eilt, ach eilet,
eh' ihr euch zu lang verweilet,
eilt, das holde Kind zu sehn.!
Geht, die Freude heißt zu schön,
sucht die Anmut zu gewinnen,
Geht und labet Herz und Sinnen!

Blijde herders, ach snelt voort,
voordat ge u te lang ophoudt,
haast u, ’t lieflijk Kind te zien!
Gaat, de vreugde is te groot,
probeer de liefde te winnen,
gaat en laaft uw hart en zinnen.


16. Rezitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Und das habt zum Zeichen:
Ihr werdet finden das Kind in Windeln gewickelt und in einer Krippen liegend.

En dit zal u tot teken zijn:
Gij zult het Kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe.


17. Choral


Koraal

Schaut hin! Dort liegt im finstern Stall,
dess' Herrschaft gehet überall!
Da Speise vormals sucht ein Rind,
Da ruhet jetzt der Jungfrau'n Kind.

Ziet, daar ligt in de donk're stal,
wiens heerschappij gaat bovenal.
Waar anders ’t rund om voedsel vraagt,
daar rust nu het kind van een maagd.


18. Rezitativ (Baß)


Recitatief (bas)

So geht denn hin! Ihr Hirten, geht,
dass ihr das Wunder seht;
und findet ihr des Höchsten Sohn
in einer harten Krippe liegen,
so singet ihm bei seiner Wiegen
aus einem süßen Ton
und mit gesamtem Chor
dies Lied zur Ruhe vor!

Zo gaat dan heen! Gij herders, gaat,
opdat gij het wonder ziet;
en vindt gij de Zoon van d'Allerhoogste
in een harde kribbe liggen,
zing dan bij zijn wieg
op zoete toon,
met het gehele koor
dit wiegeliedje voor.


19. Arie (Alt)


Aria (alt)

Schlafe, mein Liebster, genieße der Ruh,
wache nach diesem vor aller Gedeihen!
Labe die Brust,
empfinde die Lust,
wo wir unser Herz erfreuen!

Slaap, mijn liefste, geniet van de rust,
en waak daarna over aller welzijn!
Verkwik het hart,
voel de vreugde,
die onze harten verblijdt.


20. Recitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Und alsobald war da bei dem Engel die Menge der himmlischen Heerscharen, die lobten Gott und sprachen:

En plotseling was er bij de engel een grote hemelse legermacht, die God loofde, zeggende:


21. Engel-Chor


Engelenkoor

Ehre sei Gott in der Höhe und Friede auf Erden und den Menschen ein Wohlgefallen.

Ere zij God in de hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens.


22. Rezitativ (Baß)


Recitatief (bas)

So recht, ihr Engel, jauchzt und singet,
dass es uns heut so schön gelinget!
Auf denn! Wir stimmen mit euch ein,
uns kann es, so wie euch, erfreun.

Welnu gij engelen, heft nu pas echt uw loflied aan, om wat ons heden ons hart verheugt!
Komt dan, wij stemmen met u in,
ons kan het net als u verblijden.

 


23. Choral


Koraal

Wir singen dir in deinem Heer
Aus aller Kraft Lob, Preis und Ehr,
dass du, o lang gewünschter Gast,
dich nunmehr eingestellet hast.

Wij zingen U in uw engelenscharen
uit alle macht: lof, prijs en eer,
dat U, zo lang verbeide gast,
uw plaats onder ons hebt ingenomen.

 PAUZE

 

DRITTER TEIL

Am dritten Weihnachtsfeiertage (Lukas 2:15-20)

 DERDE DEEL

Voor de derde Kerstdag

Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.

 


24. Chor


Koor

Herrscher des Himmels, erhöre das Lallen.
lass dir die matten Gesänge gefallen
wenn dich dein Zion mit Psalmen erhöht!
Höre der Herzen frohlockendes Preisen,
wenn wir dir jetzo die Erfurcht erweisen,
weil unsre Wohlfahrt befestiget steht!

Heerser van de hemel, verhoor ons stamelen.
Laten de zwakke gezangen u welgevallig zijn
als uw Sion U met psalmen verheugt!
Hoor onze harten U jubelend prijzen,
nu wij u thans onze eerbied bewijzen,
omdat ons heil verzekerd is!


25. Rezitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Und da die Engel von ihnen gen Himmel fuhren, sprachen die Hirten untereinander:

En toen de engelen van hen opgevoeren ten hemel, spraken de herders tot elkaar:


26. Hirten-Chor


Herderskoor

Lasset uns nun gehen gen Bethlehem
und die Geschichte sehen, die da geschehen ist, die uns der Herr kundgetan hat.

Laat ons dan gaan naar Bethlehem
en zien het Woord da daar geschied is,

Hetwelk de Heer ons bekend heeft gemaakt.


27. Rezitativ (Baß)


Recitatief (bas)

Er hat sein Volk getröst',
er hat sein Israel erlöst,
die Hülf aus Zion hergesendet
und unser Leid geendet.
Seht, Hirten, dies hat er getan;
geht, dieses trefft ihr an!

Hij heeft Zijn volk getroost,
Hij heeft Zijn Israël verlost,
de hulp uit Sion ons gezonden,
ons lijden een einde doen nemen.
Ziet herders, dit heeft Hij gedaan.
Gaat zien, dat treft gij aan.


28. Choral


Koraal

Dies hat er alles uns getan,
sein groß Lieb zu zeigen an;
des freu sich alle Christenheit
und dank ihm des in Ewigkeit.
Kyrieleis!

Dit heeft Hij al voor ons gedaan,
zijn grote liefde toont Hij aan;
verheugt u daarom Christenheid,
breng Hem dank daarvoor in eeuwigheid.
Kyrieleis!


29. Duett (Sopran und Baß)


Duet (sopraan en bas)

Herr, dein Mitleid, dein Erbarmen
tröstet uns und macht uns frei.
Deine holde Gunst und Liebe,
deine wundersamen Triebe
machen deine Vatertreu wieder neu.

Heer, Uw medelijden, Uw erbarmen
troost ons en maakt ons vrij.
Uw trouwe genegenheid en liefde,
Uw wonderbare drijfveren
vernieuwen Uw vaderlijke trouw.


30. Recitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Und sie kamen eilend und funden beide, Mariam und Joseph, dazu das Kind in der Krippe liegend. Da sie es aber gesehen hatten, breiteten sie das Wort aus, welches zu ihnen von diesem Kind gesaget war. Und alle, für die es kam, wunderten sich der Rede, die Ihnen die Hirten gesaget hatten. Maria aber behielt alle diese Worte und bewegte sie in ihrem Herzen.

En zij kwamen met haast en vonden beiden, Maria en Jozef, en het Kind, liggend in de kribbe. En toen zij het gezien hadden, maakten zij bekend hetgeen tot hen gesproken was over dit Kind. En allen die het hoorden, verbaasden zich over hetgeen door de herders tot hen gezegd werd. Doch Maria bewaarde al deze woorden, ze overwegende in haar hart.


31. Arie (Alt)


Alt

Schließe, mein Herze, dies selige Wunder
fest in deinem Glauben ein!
Lasse dies Wunder, die göttlichen Werke
immer zur Stärke deines schwachen Glaubens sein!

Sluit, mijn hart, de zalige wonderen vast in uw geloof.
Laat dit wonder, de werken van God,
uw zwak geloof steeds tot steun zijn!


32. Rezitativ (Alt)


Recitatief (alt)

Ja, ja, mein Herz soll es bewahren,
was es an dieser holden Zeit
zu seiner Seligkeit
für sicheren Beweis erfahren.

Ja, ja mijn hart moet het bewaren,
wat het in deze gelukkige tijd
tot zijn zaligheid als zeker bewijs
heeft ervaren.


33. Choral


Koraal

Ich will dich mit Fleiß bewahren,
ich will dir leben hier,
dir will ich abfahren,
mit dir will ich endlich schweben
voller Freud, ohne Zeit,
dort im andern Leben.

Ik wil U met liefde vervuld bewaren,
voor U wil ik hier leven,
voor U wil sterven,
voor U wil ik eindelijk vol vreugd
opstaan, voor eeuwig,
ginds in ’t andere leven.


34. Rezitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Und die Hirten kehrten wieder um, preiseten und lobten Gott um alles, das sie gesehen und gehöret hatten, wie denn zu ihnen gesaget war.

En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat ze hadden gehoord en gezien, juist zoals het hun gezegd was.


35. Choral


Koraal

Seid froh dieweil, dass euer Heil
ist hie ein Gott und auch ein Mensch geboren,
der, welcher ist der Herr und Christ
in Davids Stadt, von vielen auserkoren.

Weest verheugd, omdat tot uw heil
hier als God en ook als Mens geboren is:
Hij, die de Heer en Christus is,
in Davids stad, uit velen uitverkoren.

 

 

VIERTER TEIL

Am Feste der Beschneidung Christi (Lukas 2:21)

VIERDE DEEL

Op het feest van de naamgeving en de besnijdenis

Voor Nieuwjaarsdag

 

Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen.

 

 


36. Chor


Koor

Fallt mit Danken, fallt mit Loben vor des Höchsten Gnadenthron!
Gottes Sohn will der Erden Heiland und Erlöser werden. Gottes Sohn dämpft der Feinde Wut und Toben.

Knielt met dankzegging en lofprijzing voor de troon der genade van de Allerhoogste!
Gods Zoon zal de Heiland en Verlosser der aarde worden. Gods Zoon maakt een einde aan de woede en razernij van de vijand.


37. Rezitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Und da acht Tage um Waren, dass das Kind beschnitten würde, da ward sein Name genennet Jesus, welcher genennet war von dem Engel, ehe denn er im Mutterleibe empfangen ward.

En toen acht dagen verstreken waren, zodat zij Hem moesten besnijden, ontving Hij de naam Jezus, die door de engel genoemd was, voordat Hij in de moederschoot was ontvangen.


38. Rezitativ und Duett (Sopran und Baß)


Recitatief en duet (sopraan en bas)

Immanuel, o süßes Wort!
Mein Jesus heißt mein Hort,
mein Jesus heißt mein Leben.
Mein Jesus hat sich mir ergeben,
mein Jesus soll mir immerfort
vor meinen Augen schweben.
Mein Jesus heißet meine Lust,
mein Jesus labet Herz und brust.

Jesu, du mein liebstes Leben,
meiner Seelen Bräutigam,
der du dich vor mich gegeben
an des bittern Kreuzes Stamm!

Komm! Ich will dich mit Lust umfassen,
mein Herze soll dich nimmer lassen,
Ach! So nimm mich zu dir!

Auch in dem Sterben sollst du mir
das Allerliebste sein.
In Not, Gefahr und Ungemach
seh ich dir sehnlichst nach.
Was jagte mir zuletzt der Tod für Grauen ein?
Mein Jesus! Wenn ich sterbe,
so weiß ich, dass ich nicht verderbe.
Dein Name steht in mir geschrieben,
der hat des Todes Furcht vertrieben.

Immanuël, o dierbaar woord!
Mijn Jezus is mijn toeverlaat,
mijn Jezus is mijn leven.
Mijn Jezus heeft zich aan mij gegeven,
mijn Jezus zal mij altijd
voor ogen staan.
Mijn Jezus is mijn lust,
mijn Jezus laaft mijn hart en mijn gemoed.

Jezus, Gij, mijn liefste leven,
Bruidegom van mijn ziel,
die U voor mij hebt gegeven
toen Gij aan het kruishout hing!

Kom! Met vreugde wil ik U omhelzen,
Mijn hart verlaat U nimmermeer,
Ach, neem mij tot U!


Ook in de dood
zult U mij de allerliefste zijn.
In nood, gevaar en tegenspoed
kijk ik U vol verwachting aan.
Waarom zou de dood mij op het laatst
een huivering bezorgen? Mijn Jezus, wanneer
ik sterf, dan weet ik dat ik niet verloren ga.
Uw naam staat in mijn hart geschreven,
die heeft de doodsangst verdreven.


39. Arie (Sopran und Echo-Sopran)


Aria (sopraan en echo-sopraan)

flößt, mein Heiland, flößt dein Namen
auch den allerkleinsten Samen
jenes strengen Schreckens ein?
Nein, du sagst ja selber nein! (Nein!)
Sollt ich nun das Sterben scheuen?
Nein, dein süßes Wort ist da!
Oder sollt ich mich erfreuen?
Ja, du Heiland sprichst selbst ja!(Ja!)

Draagt Uw naam, mijn Heiland,
de allerkleinste kiem
van zware schrik in zich?
Nee, Gij spreekt zelf nee! (Nee!)
Moet ik voor het sterven vrezen?
Nee, Uw lieflijk woord is daar!
Zal ik mij daarom verheugen?
Ja, Gij Heiland spreekt zelf ja!(Ja!)


40. Rezitativ und Choral (Sopran und Baß)


Recitatief en Koraal (sopraan en bas)

Wohlan, dein Name soll allein
in meinem Herzen sein.

So will ich dich entzücket nennen, wenn
Brust und Herz zu dir vor Liebe brennen.
Doch Liebster, sage mir:
wie rühm ich dich, wie dank ich dir?

Jesu, meine Freud und Wonne,
meine Hoffnung, Schatz und Teil,
mein Erlösung, Schutz und Heil,
Hirt und König, Licht und Sonne,
Ach! wie soll ich würdiglich,
mein Herr Jesu, preisen dich?

Welnu, Uw naam alleen zal
in mijn hart zijn.

Zo wil ik U in vervoering noemen,
als mijn hart en ziel van liefde branden.
Maar lieve Jezus, zeg mij toch:
Hoe prijs ik U, hoe dank ik U?

Jezus, mijn vreugde en zaligheid,
mijn hoop, mijn rijkdom en mijn deel,
mijn verlossing, toevlucht en heil,
Herder en Koning, licht en zon,
Ach, hoe zou ik U, Heer Jezus
naar waarde kunnen prijzen?


41. Arie (Tenor)


Aria (tenor)

Ich will nur dir zu Ehren leben,
mein Heiland, gib mir Kraft und Mut,
dass es mein Herz recht eifrig tut!
Stärke mich, deine Gnade würdiglich
und mit Danken zu erwerben!

Ik wil alleen tot eer van U leven,
mijn Heiland, geef mij kracht en moed,
opdat het mijn hart echt vurig maakt!
Sterk mij, om Uw genade waardig
en met lofzang te prijzen!


42. Choral


Koraal

Jesus richte mein Beginnen,
Jesus bleibe stets bei mir,
Jesus zäume mir die Sinnen,
Jesus sei nur mein Begier,
Jesus sei mir in Gedanken,
Jesu, lasse mich nicht wanken!

Jezus, richt Gij mijn schreden,
Jezus, blijf mij steeds nabij,
Jezus, beheers mijn zinnen,
Jezus, zij steeds mijn verlangen,
Jezus, blijf mij in gedachten,
Jezus, laat mij niet wankelen!

FÜNFTER TEIL

Ehre sei Dir, Gott, gesungen

Am Sonntage nach Neujahr

Matthëus 2, 1 - 6

VIJFDE DEEL

Op het feest van de naamgeving en de besnijdenis

Voor Nieuwjaarsdag

 

 

Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’ Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden. ‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: “En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.”’

 

 


43. Chor


Koor

Ehre sei dir, Gott, gesungen,

Dir sei Lob und Dank bereit'.

Dich erhebet alle Welt,

weil dir unser Wohl gefällt,

weil anheut unser aller Wunsch gelungen,

weil uns dein Segen so herrlich erfreut.

 

Ere zij U, God, gezongen,
U wordt lof en dank bereid.
U verheft de gehele wereld,
omdat ons welzijn uw verlangen is,
omdat vandaag onze wensen vervuld zijn,
omdat ons uw zegen zo geweldig verheugt.


44. Rezitativ(Evangelist, Tenor)


Recitatief (evangelist, tenor)

Da Jesus geboren war zu Bethlehem im jüdischen Lande zur Zeit des Königes Herodis, siehe, da kamen die Weisen vom Morgenlande gen Jerusalem

Toen nu Jezus geboren was in Bethlehem in Judea in de dagen van koning Herodes, zie, er kwamen wijze mannen uit het Oosten naar Jeruzalem, zeggende:

 


45. Chor mit Rezitativ (Alt)


Koor met Recitatief (alt)

Wo ist der neugeborne König der Juden?

Sucht ihn in meiner Brust,

hier wohnt er, mir und ihm zur Lust!

Wir haben seinen Stern gesehen im Morgenlande

und sind kommen, ihn anzubeten.

Wohl euch, die ihr dies Licht gesehen,

es ist zu eurem Heil geschehen!

Mein Heiland, du, du bist das Licht,

das auch den Heiden scheinen sollen,

und sie, sie kennen dich noch nicht

als sie dich schon verehren wollen.

Wie hell, wie klar muß nicht dein Schein,

Geliebter Jesu, sein!

 

Koor: Waar is de pasgeboren Koning der Joden?

Alt: Zoek hem in mijn binnenste,

Hij woont hier tot mijn en Zijn vreugde!

Koor: We hebben zijn ster gezien in het Oosten en zijn gekomen om hem te aanbidden.

Alt: Gezegend gij die dit licht zagen,
het is geschied voor uw heil!
Mijn Heiland, Gij, Gij zijt dat licht,
dat ook de heidenen zal beschijnen,
en zij, zij kennen u nog niet,
toch zullen ze u aanbidden.
Hoe helder, hoe duidelijk moeten uw stralen zijn, geliefde Jezus!


47. Arie (Bass)


Aria (bas)

Erleucht auch meine finstre Sinnen,

erleuchte mein Herze

durch der Strahlen klaren Schein!

Dein Wort soll mir die hellste Kerze

in allen meinen Werken sein;

dies lässet die Seele nichts Böses beginnen.

 

Verlicht mijn sombere geest,

verlicht mijn hart

met de stralen van uw luister!

Uw woord zal mijn helderste kaars worden

in alle werken die ik zal doen.

Zo zal mijn ziel niets kwaads beginnen.

 


48. Rezitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Da das der König Herodes hörte, erschrak er und mit ihm das ganze Jerusalem.

Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en heel Jeruzalem met hem.

 


49. Rezitativ (Alt)


Recitatief (alt)

Warum wollt ihr erschrecken? Kann meines Jesu Gegenwart euch solche Furcht erwecken? O solltet ihr euch nicht vielmehr darüber freuen, weil er dadurch verspricht, der Menschen Wohlfahrt zu erneuen.

Waarom bent u zo bevreesd?
Kan de aanwezigheid van mijn Jezus zulke angst veroorzaken?
Zoudt u niet daarover verheugd moeten zijn, omdat Hij daardoor heeft toegezegd
het heil van de mensheid te vernieuwen.

50. Rezitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Und ließ versammeln alle Hohenpriester und Schriftgelehrten unter dem Volk und erforschete von ihnen, wo Christus sollte geboren werden. Und sie sagten ihm: Zu Bethlehem im jüdischen Lande; denn also stehet geschrieben durch den Propheten: Und du Bethlehem im jüdischen Lande bist mitnichten die kleinest unter den Fürsten Juda; denn aus dir soll mir kommen der Herzog, der über mein Volk Israel ein Herr sei.  

Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de Messias geboren zou worden. In Bethlehem in Judea, zeiden ze tegen hem, want zo staat het geschreven bij de profeet: “En gij, Bethlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit u komt een leidsman voort die mijn volk Israël weiden zal.”




51. Terzett


Samen

SOPRAN: Ach, wenn wird die Zeit erscheinen?

TENOR:   Ach, wenn kömmt der Trost der Seinen?

ALT:        Schweigt, er ist schon wirklich hier.

SOPRAN und TENOR: Jesu, ach, so komm zu mir!

Ach wanneer zal het moment komen?

Ach wanneer wordt zijn volk getroost?

Stil, hij is reeds gekomen.

Ach Jezus kom tot mij.

 


52. Rezitativ (Alt)


Recitatief (alt)

Mein Liebster herrschet schon.

Ein Herz, das seine Herrschaft liebet,

und sich ihm ganz zu eigen gibet,

ist meines Jesu Thron.

Mijn geliefde regeert al.

Een hart dat zijn heerschappij liefheeft

en zich helemaal aan hem geeft

is mijn Jezus’ troon.

 


53. Choral


Koraal

 

Zwar ist solche Herzensstube

wohl kein schöner Fürstensaal,

sondern eine finstre Grube;

doch, sobald dein Gnadenstrahl

in denselben nur wird blinken,

wird es voller Sonnen dünken.

 

Deze kleine kamer die mijn hart is,

is wel geen zaal geschikt voor vorsten,

maar meer een somber hol;

maar zo gauw de stralen van uw genade

een sprankje licht naar binnen werpen,

lijkt het wel gevuld met zonneschijn.

 

SECHSTER TEIL

Am Feste der Erscheinung Christi

(am Epiphaniasfest),

Matthëus 2:7-12

ZESDE DEEL

Op het Feest van Openbaring van de Heer

Driekoningen

 

 

Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’ Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was.  Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre. Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.

 

 


54. Chor


Koor

Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben,

so gib, daß wir im festen Glauben

nach deiner Macht und Hülfe sehn.

Wir wollen dir allein vertrauen;

So können wir den scharfen Klauen

des Feindes unversehrt entgehn.

 

Heer, wanneer onze trotse vijanden blazen,

help ons dan ons geloof te bewaren

en  naar uw macht en hulp op te zien.

U alleen zullen wij vertrouwen;

zo kunnen wij ongedeerd ontsnappen

aan de scherpe klauwen van de vijand.

 


55. Rezitativ


Recitatief

Evangelist

Da berief Herodes die Weisen heimlich und erlernet mit Fleiß von ihnen, wenn der Stern erschienen wäre. Und weiset sie gen Bethlehem und sprach:

 

Herodes

Ziehet hin und forschet fleißig nach dem Kindlein, und wenn ihr's findet, sagt mir's wieder, daß ich auch komme und es anbete.

 

Vervolgens riep Herodes de wijzen in stilte bij zich en deed nauwkeurig navraag naar naar de tijd dat de ster geschenen had, en sprak:

 

 

Gaat daarheen en zoek goed naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.


56. Rezitativ (Sopran)


Recitatief (sopraan)

Du Falscher, suche nur den Herrn zu fällen,

nimm alle falsche List,

dem Heiland nachzustellen;

der, dessen Kraft kein Mensch ermißt,

bleibt doch in sichrer Hand.

Dein Herz, dein falsches Herz ist schon,

nebst aller seiner List, des Höchsten Sohn,

den du zu stürzen suchst, sehr wohl bekannt.

 

Jij leugenaar, hoewel je alleen maar uit bent op de vernietiging van de Heer, al werp je al je sluwheid in de strijd om de Heiland te belagen, toch zal Hij, wiens kracht niemand meten kan, in veiligheid verkeren.

Jouw hart, jouw valse hart en al zijn listen

zijn allang bekend bij Gods Zoon, die jij probeert te vernietigen.

 

57. Arie (Sopran)


Aria (alt)

Nur ein Wink von seinen Händen

stürzt ohnmächt'ger Menschen Macht.

Hier wird alle Kraft verlacht!

Spricht der Höchste nur ein Wort,

seiner Feinde Stolz zu enden,

Oh, so müssen sich sofort.

Sterblicher Gedanken wenden.

 

Een beweging van zijn handen
brengt ‘s mensen zwakke macht ten val.
Hier wordt alle heerschappij bespot!
Als de Allerhoogste maar één woord spreekt, om des vijands trots te breken,
oh, dan moeten de gedachten van de sterfelijken snel een andere kant gaan.


58. Choral


Koraal

Als sie nun den König gehöret hatten, zogen sie hin. Und siehe, der Stern, den sie im Morgenlande gesehen hatten, ging für ihnen hin, bis daß er kam, und stund obern über, da das Kindlein war. Da sie den Stern sahen, wurden sie hoch erfreuet und gingen in das Haus und funden das Kindlein mit Maria, seiner Mutter, und fielen nieder und beteten es an und täten ihre Schätze auf und schenkten ihm Gold, Weihrauch und Myrrhen.


Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en zie de ster die ze gezien in het Oosten ging voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud, wierook en mirre.

 


59. Choral


Koraal

Ich steh an deiner Krippen hier,
O Jesulein, mein Leben;
Ich komme, bring und schenke dir,
was du mir hast gegeben.
Nimm hin! es ist mein Geist und Sinn,
Herz, Seel und Mut, nimm alles hin,
und laß dir's wohl gefallen!

Ik sta hier bij uw kribbe,
o Kind Jezus, mijn leven;
ik kom, breng en geef u,
wat gij mij hebt gegeven.
Ontvang het, het is mijn geest en gevoel
hart, ziel en moed, neem het allemaal,
en laat het u aangenaam zijn!

 


60. Rezitativ (Evangelist)


Recitatief (evangelist)

Und Gott befahl ihnen im Traum, daß sie sich nicht sollten wieder zu Herodes lenken, und zogen durch einen anderen Weg wieder in ihr Land.

 

En van Godswege in een droom gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze langs een andere weg terug naar hun land.

 

61. Rezitativ (Tenor)


Recitatief (tenor)

So geht! Genug, mein Schatz geht nicht von hier,
er bleibet da bei mir,
ich will ihn auch nicht von mir lassen.
Sein Arm wird mich aus Lieb
mit sanftmutsvollem Trieb
und größter Zärtlichkeit umfassen;
Er soll mein Bräutigam verbleiben,
ich will ihm Brust und Herz verschreiben.
Ich weiß gewiß, er liebet mich,
mein Herz liebt ihn auch inniglich
und wird ihn ewig ehren.
Was könnte mich nun für ein Feind
bei solchem Glück versehren?
Du, Jesu, bist und bleibst mein Freund;
Und werd ich ängstlich zu dir flehn;
Herr, hilf! so laß mich Hilfe sehn. 

 

Zo ga nu! Genoeg, mijn schat blijft hier,
Hij blijft bij mij,
ik wil Hem ook niet laten gaan van mij.
Zijn arm zal me uit liefde
met grote genegenheid
en de grootste tederheid omvatten;
Hij zal mijn bruidegom blijven,
ik beloof Hem mijn borst en hart.
Ik weet zeker dat hij van me houdt,
mijn hart houdt ook innig van hem
en zal hem voor eeuwig eren.
Wat zou me nu voor een vijand verwonden met zo’n geluk?
U, Jezus, bent en blijft mijn vriend;
en wanneer ik angstig tot u bid;
Heer, help! laat me uw hulp zien.

 


62. Arie (Tenor)


Aria (tenor)

Nun mögt ihr stolzen Feinde schrecken;
Was könnt ihr mir für Furcht erwecken?
Mein Schatz, mein Hort ist hier bei mir!
Ihr mögt euch noch so grimmig stellen,
droht nur, mich ganz und gar zu fällen,
Doch seht! mein Heiland wohnet hier.

Nu mag u, trotse vijand, schrikken;
wat kunt u mij voor angst aanjagen?
Mijn beminde, mijn beschermer is hier met mij! U kunt zich nog zo grimmig opstellen,
en me dreigen met totale vernietiging,
Maar kijk! mijn Heiland woont hier.


63. Rezitativ (Chor)


Recitatief (koor)

Was will der Hölle Schrecken nun,

was will uns Welt und Sünde tun,

da wir in Jesu Händen ruhn?

 

Wat voor verschrikking heeft de hel nu nog
wat voor kwaad kunnen wereld en zonde ons doen, nu wij in Jezus’ handen rusten?

 


64. Choral


Koraal

Nun seid ihr wohl gerochen

an eurer Feinde Schar,

denn Christus hat zerbrochen,

was euch zuwider war.

Tod, Teufel, Sünd und Hölle

sind ganz und gar geschwächt;

bei Gott hat seine Stelle

das menschliche Geschlecht.

 

Nu bent u echt gewroken
op uw schare vijanden,
want Christus heeft gebroken
wat u zo tegenstond.
Dood, duivel, zonde en hel
zijn geheel verzwakt;
bij God is nu de schuilplaats
van de mensheid.

 

 

Toelichting bij het Kerstoratorium

 

Johann Sebastian Bachs Oratorium Tempore Nativitatis Christi, een cyclus van zes cantates voor de kersttijd, ging vanaf eerste kerstdag 1734 tot en met de zondag Epiphanias 1735 te Leipzig in première. Een van Bachs motieven was om de muziek van drie grote gelegenheidswerken een duurzamere context te bieden. Het gaat om de volgende drie cantates (‘Drammae per Musica’) voor leden van het Saksische vorstenhuis: Hercules auf der Scheidewege (BWV 213, september 1733), geschreven voor de elfde verjaardag van prins Friedrich Christian van Saksen; Tönet, ihr Pauken! Erschallet, Trompeten! (BWV 214, december 1733), geschreven voor de verjaardag van Maria Josepha, keurvorstin van Saksen en koningin van Polen en moeder van Friedrich Christian; en Preise dein Glücke, gesegnetes Sachsen (BWV 215, oktober 1734), geschreven voor de eerste verjaardag van de troonsbestijging van Augustus II, keurvorst van Saksen en koning van Polen. Deze cantates voorzien het leeuwendeel van de aria’s en de koren van de eerste vier cantates van het Weihnachtsoratorium. De vijfde cantate is daarentegen vrijwel helemaal origineel, terwijl de zesde als geheel op een enkele, verloren gegane kerkcantate gebaseerd is. De keuze werd wellicht mede bepaald door het feit dat BWV 213-215 in zekere zin al een soort ‘cyclisch’ werk vormen, die in tekst en muziek eenzelfde soort stijl bezigen. Maar het belangrijkste motief voor deze grootscheepse parodie was natuurlijk de muzikale kwaliteit en het feestelijke karakter van deze drie ‘Saksische’ cantates, die zich zonder moeite lieten vertalen naar het kerstverhaal. Bach gaf daarbij zijn (nu onbekende) tekstdichter opdracht om de koor- en ariateksten te herdichten, zodat hij deze muziek in principe ongewijzigd kon hergebruiken, maar hij kon het vanzelfsprekend niet nalaten om al schrijvend tal van verbeteringen in de muziek aan te brengen. Bachs bewaard gebleven netschriftpartituur uit 1734 vormt van dit proces een fascinerend document. Hij liet ook een tekstboekje drukken, vooral ook om zijn stadgenoten en toehoorders duidelijk te maken dat het hier ging om een groots oratorium, ondanks het feit dat het verspreid over zes zondagen en twee weken werd uitgevoerd.

 

In latere tijden heeft men wel eens moeite gehad met de profane voorgeschiedenis van het Weihnachtsoratorium: het idee dat de muziek van een stel vorstelijke verjaardagscantates ook kon dienen om de geboorte van Christus te vieren. Maar in de tijd voor de Verlichting werden de regerende vorsten in theologisch perspectief gezien: hun ambt was door God gegeven en staat helemaal los van hun persoon en (wan)daden. Daarom was muziek geschreven voor deze ‘koningen’ juist uitermate geschikt voor de verjaardag van die andere Koning, Christus, en voor het bezingen van de lof van de ‘Herrscher des Himmels’. Deze nieuwe context, het kerstverhaal (naar Lukas en Matthäus) in de evangelistenrecitatieven en het reflectieve commentaar van de koralen, vormen het nieuw gecomponeerde element. De eerste drie cantates, die op de drie achtereenvolgende zondagen van Kerstmis werden uitgevoerd en die het eigenlijke verhaal van Christus’ geboorte vertellen (naar Lukas 2, 1-20), vormen een aparte eenheid – als het ware een kleiner oratorium binnen het grote, zesdelige oratorium zelf. Ze zijn symmetrisch geordend: in de ‘koninklijke’ eerste en derde cantate klinken trompetten en pauken, in de ‘herderlijke’ middelste cantate ligt de nadruk op de houtblazers, waarbij aan de fluiten en hobo’s nog twee lage oboe da caccia’s zijn  oegevoegd. Heel bijzonder is ook Bachs beslissing om juist bij deze cantate het openingskoor weg te laten en in plaats daarvan een betoverende Sinfonia te schrijven in de 12/8-stijl van de Italiaanse orkestpastorale. De Sinfonia leidt de luisteraar uit de feestjubel van de eerste cantate naar de intimiteit van de stal met zijn kribbe; het is een dubbelkorig stuk waarbij de engelen (strijkers en fluiten) met de herders (hobo’s) een tweegesprek lijken te voeren. Het koor komt na twee koralen pas uitgebreider aan bod met engelenjubel in het Ehre sei Gott [nr. 21]. Dit schitterende deel, net als de Sinfonia overigens een van de weinige speciaal voor het oratorium gecomponeerde stukken, vormt het hart van de eerste helft van het Weihnachtsoratorium. Een andere componist had hier wellicht de concertante glans van trompetten en pauken ingeschakeld.

 

Bach daarentegen schrijft hier een soort concertant motet met een ‘ingetogen’ jubeltoon, waarbij de nadruk op een kleurrijke veelstemmigheid en rijke harmoniek ligt en waarin wederom de pastorale klank van de vier hobo’s een centrale rol speelt. De ‘vorstelijke’ achtergrond van de geparodieerde muziek is een verklaring voor de nadruk op hofdansen als genremodel voor de meeste koren en aria’s van het oratorium: de meerderheid is in driedelige maat geschreven, waarbij opvallend veel gebruik wordt gemaakt van de modieuze 3/8-maatsoort, die zowel voor de vlotte beweging van een passepied als de meer statige pose van de hofdans bij uitstek, het menuet, is ingezet. Heel opvallend is dat de eerste aria van de drie kerstdagencantates als menuet gecomponeerd is: in de eerste cantate het gracieuze Bereite dich Zion [nr. 4], in de herderscantate het virtuoze Frohe Hirten, eilt [nr. 15] en in de derde cantate in het duet voor sopraan en bas, Herr, dein Mitleid [nr. 29]. Het laatstgenoemde, langgerekte stuk vormde in de ‘Herculescantate’ een liefdesduet, dat in het Weihnachtsoratorium ‘vertaald’ is met de genade en liefde van God. De passepied-versie van de 3/8-maat zien we hier in de feestelijke openingskoren van de eerste en derde cantate.

 

Heel opvallend is dat Bach voor zijn aria’s in tweedelige maatsoort de moderne 2/4-maat prefereert boven de traditionele 4/4-maat. De 2/4-maat wordt gekenmerkt wordt door een ‘galante’ toonval met relatief korte frases en veel syncopen. In de eerste drie cantates vormen aria’s in deze maatsoort telkens het antwoord op de voorafgaande menuetaria's: achtereenvolgens Grosser Herr, o starker König [nr. 8], het beroemde wiegenlied voor de alt, Schlafe, mein Liebster, geniesse der Ruh [nr. 19], en het ingetogen Schliesse, mein Herze, dies selige Wunder met een bijzonder expressieve vioolsolo [nr. 31]. De laatsgenoemde aria, die Bach niet uit een ouder werk overnam maar nieuw componeerde, is eigenlijk eveneens een wiegelied, en ook weer voor de altstem gecomponeerd: deze symboliseert in het oratorium de persoon van de de moeder Maria. De eerste drie cantates vormen een bijzonder hechte eenheid – een eenheid die Bach heeft onderstreept met de herhaling van het openings-koor van de derde cantate aan het slot daarvan. Vanavond is dit ‘verkorte’ Weihnachtsoratorium aangevuld met twee kleine composities. Johann Crüger (1598-1662) was vanaf 1620 tot aan zijn dood in Berlijn actief, als leraar van het gymnasium Zum grauen Kloster en als cantor van de Nikolaikirche. Naast zijn theoretische geschriften waren het vooral zijn activiteiten als verzamelaar en componist van kerkliederen die hem onsterfelijk maakte. Met name de samenwerking met de beroemde dichter Paul Gerhardt was bijzonder vruchtbaar. Van dit duo stamt ook het kerstlied Fröhlich soll mein Herze Springen. Het lied verscheen in 1653 in de Praxis pietatis melica. Enkele jaren later verscheen een eenvoudige concertante bewerking van de hand van Crüger zelf, een strofische zetting geornamenteerd met zwierige vioolpartijen. Johann David Heinichen (1683-1729), leerling van Bachs voorganger te Leipzig Johann Kuhnau, was een goede kennis van Bach. Vanaf 1717 was Heinichen kapelmeester aan het Dresdense hof. Hij componeerde in zijn vrij korte leven een ontzagwekkende hoeveelheid muziek voor zowel de katholieke liturgie (zoals missen, vesperpsalmen, antifonen en lamentaties) als voor de lutherse eredienst (cantates en een passie). Ook schreef hij Italiaanse wereldijke cantates, serenata’s en opera’s en een enorme waslijst van concerti en sonates. De Pastorale per la notte natale, een fraaie voorloper van Bachs Sinfonia, demonstreert Heinichens gevoel voor instrumentale kleur, met name hoorbaar in de concertante houtblazerspartijen.

 Pieter Dirksen