U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Getuigenis van zr. Carmen


Hier kan je de getuigenis lezen van wat aanbidding in je dagelijks leven betekent. 

 

 

Aanbidding

 

‘Aanbidding is een taai werk’ zei een medezuster me zoveel jaar geleden. Ik wist nog niet waarover ze het had. Toen ik voor het eerst bij de zusters Clarissen kwam en kennis maakte met hun manier van leven, met het getijdengebed en de aanbidding, was dat voor mij dé ontdekking van mijn leven. Het was zo zalig stil te vallen bij de Heer en samen met die zusters in zijn aanwezigheid te vertoeven. De druk en de jacht van het dagelijks leven vielen van me af. Een vers uit psalm 34 raakte me bijzonder: Proef en geniet, hoe goed is de Heer! Hoe zoet is het Hem te loven en te prijzen!

 

Ondertussen ben ik 23 jaar claris. Iedere dag houden wij minstens een uur aanbidding, en op hoogfeesten zoals vandaag een aanbiddingsdag. Naast die zalige zoetheid heb ik ook wel al iets anders geproefd in die tijd van aanbidding: zoals leegte, dorheid, pijn en confrontatie. U hebt het zelf misschien ook al wel ervaren, wat er zo allemaal in een mens naar boven komt als je de moed hebt om een uur stil te vallen.

 

Wij leven in een slotklooster om een klimaat te scheppen waarin stilte en aanbidding mogelijk worden. Maar als het uiterlijk lawaai wegvalt, dan laat het innerijk lawaai zich horen. En dan is het de kunst van toch te blijven zitten, niet weg te lopen. Aanvankelijk gaat het vanzelf zoals twee geliefden elkaars aanwezigheid graag opzoeken, maar na verloop van tijd ervaar je je onvermogen om aanwezig te blijven, ook als de ander zwijgt. Te geloven dat Hij er is, ook als je Hem niet ervaart. Herman Verbeek verwoordt dat heel treffend in een gebed dat ik bij het begin van de aanbidding graag bid:

 

Grote en hoogstbescheiden liefde, God,

Gij die gehuld in zwijgzaamheid,

de eeuwen door op onze drempel zit

en wacht op onze wederliefde.

Gij die de hoop niet opgeeft

en in stilte waakt

aan het ziekbed van ons onvermogen.

Gij die heet ‘Ik zal er zijn’

en van geen wijken weet aan onze zijde:

 

Kom binnen en leg uw naam: ‘Ik zal er zijn’ op ons.

Doe hem leven

als het kleinste van de zaden

in de diepte van ons hart

opdat wij in staat zijn te zeggen tot een ander:

‘Ik zal er zijn voor jou’.

Leer ons zwijgend, op uw manier,

de wacht optrekken bij een ander.

                                       
                             Herman Verbeek

 

Ja, zijn naam is: Ik zal er zijn! Hij zaait zijn naam in ons hart. Wij denken vaak dat wij ons in zijn aanwezigheid moeten stellen, dat wij het zijn die Hem dienen te loven. Zelf moet ik erkennen, dat Hij het is die altijd aanwezig blijft en dat ik wel eens zin heb om weg te lopen. Om dingen te gaan doen die nog dringend gedaan moeten worden. Het vraagt oefening en geduld toch te blijven zitten op mijn ‘wachtpost’ zoals ik mijn plaats in de kapel graag noem. En denken aan de vele mensen die ons om gebed vragen: hun namen voor de Heer noemen, hun intenties, hun vreugde en pijn door mijn hart laten gaan en ze bewust aan Hem toevertrouwen. In die zin is aanbidding inderdaad een taai werk, zoals liefhebben een taai werk is. Maar het is ook een vreugdevol werk en door het heel veel te doen, leer je het graag doen!

 

Clara en Franciscus van Assisi zeggen: ‘Kijk naar Hem, kijk naar wat Hij voor ons gezegd, gedaan en gedragen heeft. Als je lang genoeg naar Hem kijkt, ga je stilaan op Hem lijken’. De juiste woorden om Hem te aanbidden vind ik vaak niet en toch is er ontmoeting. Het doet me denken aan het gedichtje dat Judith Herzberg schreef toen ze ziek was:

 

Ziekenbezoek

Mijn vader had een lang uur

zitten zwijgen bij mijn bed.

Toen hij zijn hoed had opgezet zei ik,

nou dit gesprek is makkelijk te resumeren.

Nee, zei hij, nee toch niet,

je moet het maar een keer proberen’.
                                   
                                  Judith Herzberg

 

De Heer openbaart zich, niet alleen in het heilig sacrament, maar ook in de kleinste bloem die met zoveel liefde en zorg geschapen is. In de mensen om je heen en in het diepste van je eigen hart. Hij openbaart zich in hoe je omgaat met de mensen, waar je zelf ervaart en anderen laat ervaren: je bent door Hem gekend en bemind. Dan wordt aanbidding tot een lied van diepe dankbaarheid ook omdat jijzelf het wonderste bent van alle schepselen. Aanbidden is de Heer zegenen en je door Hem laten zegenen. Als je je zegeningen telt, en er dankbaar mee omgaat, dan wordt je hele leven tot een aanbidding, tot een lofzang, een zonnelied: Geloofd en gezegend zijt Gij mijn Heer, om Uzelf en door al uw schepselen!

 

Gegeven (ingekorte versie) op Sacramentsdag 2014
in de Sint-Quintinuskathedraal te Hasselt 


 

Getuigenis n.a.v. roepingenzondag
gegeven op 20 april in de kathedraal van Hasselt

Wie ben je?
Welk evangelieverhaal inspireert je?
Hoe beleef je je roeping?


Ik ben Carmen Temmerman, 44 jaar en sinds 22 jaar claris te Sint-Truiden, dat is dus net de helft van mijn leven. Ik leerde de zusters Clarissen eerder toevallig kennen tijdens mijn opleiding kleuterleidster. Door het contact met hen ontdekte ik een heel nieuwe levensstijl die me tot dan onbekend was. Een levenswijze die me erg aansprak omdat ze zo eenvoudig, ongecompliceerd, geïnspireerd door het evangelie en door Franciscus en Clara van Assisi. Ook van die twee heiligen had ik nooit eerder gehoord. Zij kiezen voor een leven van soberheid, eenvoud, handenarbeid, stilte en gebed in het voetspoor van Jezus Christus. Van Hem had ik al eerder gehoord, maar nooit vermoedend dat ik op een dag zou willen leven zoals Hij ons heeft voorgedaan. Wie kiest er nu nog voor om non te worden?!


Tja, hoewel ik een beroep had dat ik heel graag deed en al vier jaar een vriend van wie ik veel hield, bleef de levensstijl van de zusters Clarissen me intrigeren en dat is zo tot op de dag van vandaag. Vanaf het moment dat ik de sprong waagde naar deze levenswijze werd mijn leven een ontdekkingsreis vol met verrassingen. Met als grootste verrassing de ontdekking dat die levensstijl me wel ligt en ik blijkbaar ook de mogelijkheden had om zo te leven.

Ik ervaar mijn roeping dan ook als een geschenk dat me zomaar overkomen is. Nooit heb ik ernaar gezocht, ze is me tegemoet gekomen en ik ben er dankbaar op ingegaan. Een geschenk kies je meestal niet zelf uit, je krijgt het en ontvangt het zoals het je gegeven wordt, zo ook de zusters die de Heer me gegeven heeft. Je krijgt ze zoals ze zijn, en het is een grote gave (en soms een opgave) om samen met hen dezelfde roeping te leven. Niet voor onszelf of omdat we een gezellige club vormen. Ik ben misschien ingetreden om zelf gelukkig te worden, maar ben gebleven om anderen gelukkig te maken, dat is wat me het meeste vruegde geeft. Een geschenk of talent, zegt Franciscus, krijg je nooit voor jezelf, maar om te delen met anderen, zo wordt het groter en rijker.

De spirit van Clara en Franciscus van Assisi intrigeert me nog steeds, en telkens weer op een nieuwe en verrassende manier. Die spirit is heel eenvoudig: leven volgens het evangelie van Jezus Christus. Mij werd gevraagd een symbool mee te brengen dat betekenis heeft bij dit verhaal. Ik heb een spiegel meegebracht. Clara zegt: kijk voortdurend in de spiegel. Met die spiegel bedoelt ze Jezus Christus. Kijk naar Hem, spiegel je aan Hem m.a.w. neem je een voorbeeld aan Hem en leef zoals Hij geleefd heeft.

Hoe ik mijn roeping beleef is door veel te kijken, kijken naar de kleine en grote wonderen die om me heen gebeuren en ook in mezelf. Een stukje evangelie dat me daarin sterk inspireert is Matheüs 6: ‘Kijk naar de vogels in de lucht en de bloemen op het veld’ en Kierkegaard voegt eraan toe: ‘die God als echte leermeesters voor ons heeft aangesteld.’[1] Kijken en altijd weer met nieuwe ogen willen zien. Kijk gewoon naar de vogels, de bloemen, de bomen, de bloesems die stilaan opengaan, kijk naar de mensen, hoe ook zij elke dag weer nieuw kunnen worden en groeien, kijk naar de Heer. Kijk, en je ogen en je hart zullen opengaan, vol dankbaarheid om de wonderen die Hij ook in jouw leven verricht: het wonder bemind te zijn zoals je bent en de gave anderen tegemoet te gaan en hen te laten ervaren: ook jij bent bemind zoals je bent!

 

Hier kan je de oorspronkelijke tekst van Kierkegaard lezen:

 [1]  Kierkegaard-Kijk naar de vogels en de lelies.pdf

Deze tekst heb ik bewerkt tot een gedicht dat je hier kan downloaden.

En tot slot nog een prachtig lied van Elly en Rikkert:
   



Hier kan je de getuigenis lezen van hoe zij Clara en Franciscus van Assisi leerde kennen:

 

Franciscus en Clara van Assisi:  
leermeesters in levenskunst!

 


 
“Hoe heb jij Clara van Assisi leren kennen?”
Een goeie vraag… die me enigszins verraste! Clara blijft me verbazen. Haar levenskeuze, die ondertussen ook de mijne is geworden, roept nog steeds vragen in me op, net zoals die allereerste keer dat ik haar zusters ontmoette: Waarom zien die er zo blij en gelukkig uit? Wat zit daarachter? Waarom komen die zusters haast nooit buiten? Waartoe dient zo een leven? Wat doen ze hier heel de dag? Tot een zuster me zei: “Kom dan kijken”, en dat deed ik… Van Clara had ik wellicht nog nooit gehoord, maar de eenvoud, de glimlach, de relatieverbondenheid van haar zusters met hun medemensen en met de Heer in een levenswijze die alles op zijn kop zet… daarin heb ik haar voor het eerst ontmoet. “En wie bij de hond slaapt, krijgt zijn vlooien” zegt het spreekwoord. Zoals Clara aanstekelijk was door haar manier van leven, zo zijn het ook haar zusters, ze dragen dezelfde trekken als hun “moeder”.


Nog zo’n levende ontmoeting met Franciscus en Clara volgde enkele jaren later, tijdens een jongerenvoettocht naar Assisi. Onderweg viel ik van de ene verwondering in de andere: die “lieve, zachte dierenvriend en verkondiger van de vrede”, zoals ik Franciscus tot dan toe had leren kennen, trok rond, al biddend en werkend en soms bedelend, vaak zonder iets fatsoenlijks te eten, in de gloeiende hitte of hevige kou, om Christus tot bij de mensen te brengen. De ruwe rotsspleten waarin hij zittend sliep en bad, en de eenzaamheid waarin hij zich regelmatig terugtrok, het kloostertje van San Damiano waarin Clara met 50 zusters leefde, de stenen vloer waarop zij sliepen, hun tuintje dat uit een paar bloembakken bestond…  door die harde realiteit te zien van het leven dat zij verkozen, heb ik me pas goed gerealiseerd met wie ik te doen had. Die “ontmoeting” was in eerste instantie niet direct één van de aangenaamste, vooral niet als je je tot diezelfde levenswijze geroepen weet. Alle “romantiek” van het begin smolt als sneeuw voor de zon. Het heeft een heel aantal jaren geduurd voor ik begreep wat die kennismaking en ontmoeting met Franciscus en Clara in mij teweeg heeft gebracht.


Franciscus was altijd onderweg, Clara ook. Want al verschilt hun levenswijze uiterlijk grondig, innerlijk is zij toch één en dezelfde. Dat heeft Clara, hoe jong ze ook was, begrepen en aan ons doorgegeven door haar manier van leven. Hoe leerde je Clara kennen? Door op weg te gaan met de zusters die me gegeven zijn, door iedere dag op te staan en te leven, door te doen wat gedaan moet worden, door daar te zijn waar de gemeenschap is, door psalmen te blijven zingen enz… Franciscus en Clara zijn “leermeesters” in het leven! Dat kan je ook van Antonius zeggen. Ook hij roept voortdurend op om te kijken naar de natuur, en van daaruit verstaat hij het leven en de mensen.


Eloi Leclerc beschrijft in zijn schitterend boekje “Wijsheid van een arme” hoe Franciscus en Leo onderweg een arm gezin bezoeken. “De twee kinderen, die verlegen tegen grootvaders benen stonden, bekeken Franciscus en Leo met grote ogen, waarin tegelijk verwondering en een zekere verwachting te lezen stonden. Ze luisterden. Of liever, ze keken. Dat was hun manier van luisteren. Franciscus’ gelaat en manier van spreken maakten veel indruk op hen. Er sprak zo’n leven en zulk een zachtheid uit, dat ze er als betoverd door waren.” Dan gaat Franciscus het bloemzaad met hen zaaien, dat Clara hem gegeven had. Een prachtig beeld is dit van hoe ik Clara en Franciscus leer kennen: door te kijken hoe zij kijken. Ja, kijken was hún manier van luisteren. “Kijk naar je begin” zegt Clara, m.a.w. “kijk naar Christus, naar zijn kribbe, zijn kruis, zijn leven, zijn lijden. Hij is omwille van jouw heil de armzaligste geworden van alle mensen.” Met heel de liefde van haar hart  kiest zij een leven in armoede in totale afhankelijkheid van God en ondertussen spreekt ze van Hem als van “een onvergelijkelijke schat die in de harten van de mensen verborgen is.” “Omhels die schat” zegt ze, en het is wanneer ik me hieraan overgeef, dat ik Hem ontmoet.


Wat me in Franciscus en Clara zo boeit is hun waakzame aandacht voor alles wat leeft; in al het geschapene ontmoeten zij hun Schepper en Heer en loven zij Hem. Zij spreken met de kern, het hart van de mensen en de dieren en de planten, met eerbied en zorgzaamheid. De erfenis die zij doorgeven, de opdracht om gelukkige mensen te zijn, die krijgt gestalte in ons naarmate wij ze beleven en doorgeven, op de plaats waar wij leven. Clara spreekt met haar hart. Zij is een heel scherpzinnige vrouw die zichzelf “onnutte en onwaardige dienares” van haar zusters noemt en hen tegelijk als een moeder met groot onderscheidingsvermogen leiding geeft.  Een vrouw die staat waarvoor ze gaat en gaat waarvoor ze staat, die altijd onder de voeten van de anderen wil zijn en tegelijk verdomd goed weet wie ze is en wat ze wil en uit Wie ze leeft. Een vrouw die trouw blijft aan haar Heer, aan haar levenswijze, en alle omstandigheden en ervaringen weet te integreren… omdat ze weet dat ze eindig is, sterfelijk. Ze is een vrouw die liefheeft met heel haar hart en zich tegelijk heel goed bewust is van haar eigen kleinheid en zwakheid, die heel goed beseft  hoezeer wij overgeleverd zijn aan elkaars barmhartigheid en aan die van God.


In hetzelfde boekje van E. Leclerc, herinnert Leo zich wat Franciscus hem ooit gezegd had: “Een mens kent slechts in de mate dat hij ervaart.” Het is door die ervaring, dat ik gaandeweg dieper zal leren kennen, door het leven in gemeenschap, hier en nu, door te “bidden en te waken… altijd”. Door te lachen en te zingen, te beminnen en me te laten beminnen, te kijken en te blijven kijken, dankbaar en verbonden…      

                 


 
Getuigenis, verschenen in de Stem van Sint-Antonius, ter gelegenheid van het Clarajubeljaar in 1994

 
'In de modder wortelt de lotus.
In troebel, vervuild water, groeit zij,
onweerstaanbaar aangetrokken
door dat Licht, dat zij niet kent, maar wel voorvoelt
en dat aan haar trekt, haar aantrekt,
haar omhoog heft en haar uitnodigt op te klimmen
en dat zij plotseling ontmoet
wanneer zij door het wateroppervlak heen breekt.
Dan bloeit zij op en opent zich in schoonheid.'

 

 
 
'Wat is dat: roeping hoor je Jezus dan iets zeggen aan je oor?' vroeg Marieke (5 jaar) mij ooit. Ik zei: 'niet aan je oor, maar in je hartje'. 'Heeft mijn hartje ook oren?' vroeg ze verder. 'Jouw hartje heeft ook oren en alle mensen hebben oren in hun hart' zei ik. Daarop ging ze tekenen: Marieke met een groot hart en daaraan twee grote oren. 'Nu kan ik ook alles horen wat Jezus in mijn hartje zegt!' riep ze vrolijk uit. Kinderen… ze hebben een zesde zintuig.


In de verzen hierboven over de lotus probeert een boeddhistische monnik uit te drukken hoe de ziel van een mens zich ontplooit in talloze bloembladen. In een paar kernachtige zinnen verwoordt hij iets van die ervaring die 'roeping' heet en die een heel mensenleven tekent: onweerstaanbaar zich aangetrokken weten, uitgenodigd, zonder te kennen, onverwachte ontmoeting, door het oppervlakkige heen, en dan: helemaal openbloeien!


Beter kan ik die ervaring eigenlijk niet omschrijven. Je er niet de gepaste woorden voor… en toch is het ook weer zo eenvoudig omdat God degene is die roept, die de mens tot leven roept en verder: tot een bepaalde wijze van leven roept. Een levenswijze die je niet meer zelf hoeft uit te vinden, waarnaar ik niet eens heb gezocht, maar die me overkomen. Zomaar. Pas later mocht ik dankbaar ervaren, dat die roeping om claris te worden geworteld staat in een traditie die eeuwen oud is en tegelijk verbazingwekkend jong blijft omdat haar spiritualiteit van alle tijden is.


Geworteld in de roeping, de levenswijze van de H. Franciscus en de H.  Clara  


Franciscus schreef: 'De regel en het leven van de mindere broeders is dit: het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus onderhouden'. Dit was zijn roeping, de levenswijze die de Heer hem had gegeven. 'De Heer heeft mij het begin gegeven van een leven in boetvaardigheid' zegt hij in zijn Testament,  en wat verder: 'Nadat de Heer mij enkele broeders had gegeven, toonde niemand mij wat ik moest doen, maar de Allerhoogste zelf heeft mij geopenbaard dat ik moest leven volgens het model van het heilig Evangelie'. Diezelfde levenswijze heeft de Heer ook aan Clara en haar zusters gegeven, zij het dan in de vorm van een besloten levenswijze.


Franciscus’ laatste wil voor deze 'arme vrouwen' was dan ook dat zij 'in dit allerheiligste leven en in deze armoede zouden leven en volharden ten einde toe en hiervan nooit zouden afwijken'. Clara heeft deze raad, deze roeping ter harte genomen. In haar Testament, haar laatste nalatenschap voor al de zusters die er toen waren, én die nog zouden komen (want dat zegt ze uitdrukkelijk), drukt zij haar zusters herhaaldelijk als een bezorgde moeder op het hart dat zij in deze levenswijze moeten volharden en de armoede van onze Heer Jezus Christus moeten blijven volgen ten einde toe. 'Hou je levenskeuze in herinnering' zegt ze 'en kijk daarbij steeds naar je begin; erken je roeping'.


 
Geroepen zijn vandaag


Ook vandaag geeft de Heer aan mensen dit begin en geeft Hij hen broeders en zusters om gemeenschap te vormen. Bovendien geeft Hij ook nog de mogelijkheden, de nodige liefde en kracht om zo te leven. En Hij roept niet één keer: elke dag opnieuw weet ik me geroepen door Hem in deze levenswijze. Die roeping is dus een gave, maar tegelijk een opgave: onweerstaanbaar sterk en toch blijft ze ook een keuze. Hoe ga ik op deze uitnodiging in?


'Luister' zei Franciscus op zekere dag tegen broeder Tancredo, die het allemaal niet goed meer zag zitten, 'het meest dringende is: te verlangen de Geest van de Heer en zijn heilige werking te bezitten. Hij kan ons goed maken. En weet je wat dat is, een mens het Evangelie brengen? Dat is hem zeggen, maar het ook werkelijk menen en u met die mens zo gedragen dat hij voelt en ontdekt dat er in hem iets bestaat dat gered is, dat groter is en edeler dan hij dacht en zo tot nieuw zelfbewustzijn ontwaakt. Dàt is hem de goede boodschap melden. Je kan het niet zonder hem je vriendschap aan te bieden, een vriendschap die hem laat aanvoelen dat God van hem houdt en dat Jezus hem verlost heeft' (uit: E. Leclerc, Wijsheid van een arme, Amsterdam/Antwerpen, 1983). Het is de Heer, die je binnentrekt in een relatie met de mensen, met de wereld, met Hemzelf, die jou jezelf meer en meer doet vergeten om te leven in een toegewijde aandacht voor de mensen om je heen.


 
Leven in beslotenheid


Jonge mensen vragen wel eens: 'Waarom sluiten jullie je af van de buitenwereld?' Het leven in beslotenheid is inderdaad een leven in afzondering én tegelijk toch intens verbonden met die wereld. Hoe eigenaardig ook… en misschien juist daarom. Juist in dit meer teruggetrokken leven groeit de openheid voor anderen, voor hun vreugde en pijn, voor het gebeuren in onze stad, in ons land, in deze wereld. Onze gemeenschap vormt een dagelijkse oefenschool om concreet te leren leven volgens het Evangelie van Jezus Christus en dit niet door buitengewone dingen te doen, maar door gewoon te doen wat iedere dag gedaan moet worden: opstaan, de lof van God zingen, Eucharistie vieren, eten, afwassen, aardappelen schillen, wassen, koken, poetsen, in de tuin werken, hosties bakken, lezen, aanbidden... kortom: daar zijn waar de gemeenschap is. Ons leven is in feite gewoon 'er zijn', verbonden met de Heer en met de mensen. Vanuit die verbondenheid leven met elkaar, met die concrete mensen die de Heer me gegeven heeft, ieder met haar  eigenaardigheden. En zo een groep vrouwen die dag in dag uit trachten gemeenschap te vormen, die schuren elkaars hoeken en kanten vanzelf een beetje ronder. Ze roepen elkaar op om zorg te dragen voor de roeping die ze als een geschenk ontvangen hebben en ze waken over elkaars roeping.


De vele mensen die we ontmoeten in de spreekkamer of aan de poort (want daar wij midden in de stad leven, komen er elke dag toch heel wat mensen langs), via de telefoon, een brief of email: ook zij  roepen ons op om te luisteren en vragen om hun noden en intenties mee te dragen in ons gebed, om gewoon er te zijn voor hen, maar dan op onze eigen wijze. Leven in beslotenheid wil dus niet zeggen: afgesloten van de mensen, integendeel! Het betekent: in diepe verbondenheid leven met mensen. Daarom hoef je hen niet iedere dag, of week of maand te zien.


Hier in ons huis wordt de wereld als het ware op zijn kop geleefd, zo heb ik dat toch heel sterk ervaren, al vanaf de eerste ontmoeting met de zusters en met hun levenswijze. De dingen die mij door onze maatschappij werden voorgehouden als van groot belang om een gelukkig mens te worden:, dat je 'mee bent' met alles, de laatste nieuwe modetrant volgt, een dik loon verdient om je vervolgens de nodige luxe te kunnen permitteren,  daar bleken de zusters hier zich helemaal niet zo druk over te maken. Waar zij waarde aan hechten is: blij en tevreden in het leven te staan, elkaar altijd weer een nieuwe kans geven, in vreugde gemeenschap vormen met elkaar, geloven in een God die van jou (en van ieder mens) houdt zoals je bent, het goede zien en bemoedigen in de ander, leren luisteren naar elkaar, je leven als het ware verliezen aan elkaar, jezelf en anderen aanvaarden zoals je bent, en bovenal: vertrouwen, vertrouwen dat je gedragen wordt die Iemand die ons allen overstijgt en die zichzelf zo onnoemelijk klein maakt dat wij gemakkelijk aan Hem voorbij lopen. Eigenlijk is het net zoals één van mijn vriendinnen zei toen ik haar over deze levenswijze vertelde: je moet wel naïef zijn om daaraan je hele leven te riskeren... en zo zie ik nog soms mensen denken. En het is waar, je moet er een beetje gek voor zijn en toch kon en kan ik het niet laten!
 
…tot lof van de Heer
Zo probeer ik ja te zeggen op de roeping die me gegeven is. Het is een dagelijks proberen, met vallen en opstaan en weer opnieuw beginnen. Mijn gemeenschap is me hierin een grote steun: het leven in beslotenheid is een hulpmiddel (geen doel op zich!), om mijn aandacht aanwezig te houden bij het hier en nu, bij wat gedaan moet worden, bij de Heer en zijn mensen. Een wijze uit het Oosten zei het ooit zo: “Op een weg waarover velen gingen, lag een tapijt. Toen de avond viel was het grijs en stoffig als de weg zelf. Toen sprak ik tot mijn ziel: 'spiegel je daaraan als je de markt en al wat daar gebeurt over je heen laat lopen'. De heilige Clara zegt hetzelfde, maar dan kort en krachtig: 'Bid en waak altijd'. Het is me meer dan de moeite waard om alleen hiervoor te leven en hopelijk krijg ik nog wat jaren de tijd om dat te leren, want zo vaak moet ik met Flor Hofmans erkennen en bidden:


'Er is één ding dat ik u moet vragen, de grote weeklacht van mijn ziel: dat ik zo arm aan liefde ben, mijn Vader, dat ik Uw mensen, die Gij zo liefhebt, gans onbedacht en koud voorbij ga, dat zij bij duizend mij passeren en ik zo ver van hen ben, ingenomen met mijzelf… dat Gij tot mij komt en ik U niet zie, dat ik zo vaak schone woorden spreek en zo armzalig ben in daden en gedachten… dat ik hen horen kan en toch niet luister, dat ik hen spreken kan en toch niet geef… dat ik hun honger ken en toch niet bid. Heer Jezus, Gij die weet, laat mij gans Uw beeld, Uw leven zijn, laat mij één zijn met dat leed, laat mij sterk zijn door uw kracht. Schenk mij liefde, tot ik sterf, tot ik sterf en ook daarna…'.


Gods liefde gratuit leren ontvangen om ze door te geven opdat Hij aan elke mens mag gebeuren in deze wereld en het hart van mensen mag raken, dat is de grootste uitdaging in mijn leven en daarom zal ik opstaan, telkens als het klokje ons weer samenroept en blijven zitten om Gods lof te zingen in psalmen, hymnen en liederen want zo weerklinkt het in een prachtig liedje : 'Al wat ik kan is zingen voor U, een lied niet groter dan het hier en nu, al wat er ooit in mijn lied weerklinkt, DANK ik aan U!'


Graag wens ik alle jonge mensen, die vandaag zo oprecht zoeken naar hun diepste levensgeluk, Gods droom over hun leven mogen ontdekken en dat ze de roeping mogen vinden die bij hen past, waaraan ze hun leven voluit kunnen geven en die henzelf en anderen diep gelukkig maakt.