U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Getuigenis van Thomas Hontelez


In  deze getuigenis van Thomas Hontelez herken je je misschien wel. Laat het maar een keer tot je doordringen, het laat je in ieder geval iets proeven van de spirit van Franciscus van Assisi die zoveel hield van het piepkleine kapelletje Portiuncula, dat hij tegen zijn broeders zei: als ze je aan de ene kant eruit gooien, kom dan langs de andere kant terug naar binnen.

We wensen je veel inspiratie toe bij het lezen van de getuigenis van Thomas. Hij is werkzaam in de Franciscaanse Beweging in Nederland en trekt nu en dan graag tevoet door de wereld. Op zijn website vind je reisverslagen en foto's van de trektochten van Thomas:  www.trekkingthomas.com


Geld en het geloofThomas HontelezThomas Hontelez



Tijdens mijn voettocht van Nijmegen naar Istanbul (juli tot november 2014) bezocht ik op een dag de Benedictijner Abdij van Melk, het grootste klooster van Oostenrijk. Ik had er nog nooit van gehoord en had geen idee wat me te wachten stond. Terwijl ik langs de Donau liep, liet het klooster steeds een beetje meer van zichzelf zien. De mist die al dagen over de rivier hing, trok langzaam op en het grote gele gebouw tekende zich af tegen de groene heuvel waarop het stond. Het te voet onderweg zijn richting dit majestueuze gebouw trok me naar de Middeleeuwen. Ik stelde me voor dat ik met een missie onderweg was naar de abdij, zoals William of Baskerville in Umberto Eco’s Naam van de Roos.

Het gebouw was enorm, in de 18e eeuw gebouwd en sindsdien prachtig onderhouden. Ik ben niet christelijk en geloof niet in een God die vereert wil worden door het bouwen van dergelijke enorme complexen, maar ik was onder de indruk van wat ik zag. Ik wist dat de kerk Barok was en kon niet wachten naar binnen te gaan. Het enige was; de entreeprijs was 10 euro. Ik had nog nooit zoveel geld betaald om een kerk binnen te komen en twijfelde. Maar ik was helemaal te voet gekomen en wilde dat niet voor niets laten zijn. Ik betaalde.

Het was het vierde klooster dat ik onderweg bezocht en het tweede waar ik voor moest betalen. In de Duitse Eifel bezocht ik de Mariawald Abdij in Heimbach. Daarna kwam ik langs klooster Bronnbach, privaat bezit dus daar moest ik betalen. Het derde grote klooster waar ik kwam was Weltenburg, de oudste kloosterbrouwerij ter wereld.

 

 

Bij zowel klooster Bronnbach als bij de abdij van Melk kwam de vraag in me op: Wat kenmerkt een kerk? Als je entreegelden moet betalen, is het dan niet gewoon een museum? Ik heb in alle kloosters een kaars aangestoken, maar slechts in twee voelde het ‘echt’. In die twee gevallen werden de kerken nog steeds gebruikt om God te ontmoeten. In de andere twee, waarvoor ik moest betalen, voelde het anders. Die kerken bestaan voornamelijk nog omdat ze geld opleveren. Maar maakt het iets uit? Maakt het uit waar men een kaars aansteekt? ‘Werkt’ de ene plaats beter dan de andere?

Rationeel zou ik zeggen van niet, een kaars is een kaars, ongeacht waar hij aangestoken wordt. Het is de intentie die telt. Maar als je gelooft dat God dichterbij is in kerken, Zijn huis, maakt het dan uit of het gebouw nog actief gebruikt wordt als kerk? Of is het feit dat het een kerk is op zich al voldoende om een effect te bewerkstelligen? Ik snap dat kloosters geld binnen moeten krijgen om hun bestaan te kunnen garanderen. Maar als ze ervoor kiezen entreegeld te vragen in plaats van kaarsen, bier, wijn of kaas te verkopen, hoe oprecht is hun relatie tot het goddelijke dan nog? Wordt het dan niet gewoon een poppenkast waar je tegen betaling kunt gaan kijken? Voor mij voelt dat zo. Ik wil mijn visie op religie dan ook graag vergelijken met de opvatting van de filosoof William James (1842-1910). Hij stelt in zijn boek De varianten van de religieuze ervaring dat religie ‘’die gevoelens, handelingen en ervaringen van individuele mensen in hun eenzaamheid zijn, in zoverre ze zichzelf veronderstellen in relatie te staan tot dat wat zij als Goddelijk zien.’’

Bij het zien van alle rijkdom in deze kerk, al het tentoongestelde goud, wist ik waar mijn geld naartoe zou gaan! Plotseling realiseerde ik me hoe Franciscus zich in zijn tijd gevoeld moest hebben. Ik probeerde wat in de kerk te zitten, de sfeer te proeven, te mediteren. Maar de kerk was lawaaierig. Mensen spraken hard, namen foto’s en liepen rond. Dit is niet mijn soort kerk. De pracht en praal leidde af van de verinnerlijking. Dat zag Franciscus ook. ,,Heer, als we ook maar een paar bezittingen hadden, zouden we wapens nodig hebben om ze te beschermen. Bezittingen zijn immers een voortdurende bron van geschillen en twisten. En gewoonlijk komt hierdoor de liefde tot God en de evenmens in de knel. Juist daarom willen we in de wereld geen enkel aards bezit hebben.’’ Zo schijnt Franciscus tot de bisschop van Assisi gesproken te hebben.

 Laat stilte mijn kerk zijn.


Meer lezen?  www.trekkingthomas.com

                                      

Thomas Hontelez